
Geschreven voor PensioenMagazine, 31e jaargang, februari 2026, nummer 2.
In dit artikel gaan wij in op de verschillende betekenissen in de Nederlandse en de Engelse pensioencontext. In de UK bestaat CDC sinds 2024, na jaren van aanloop, toen Royal Mail uitvoering ging geven aan een CDC-regeling. In het najaar van 2025 heeft het Department for Work and Pensions nieuwe regelgeving voorgesteld die de toepassing van CDC naar verwachting sterk zal doen toenemen. Maar het gaat om CDC in een vorm die afwijkt van die in Nederland. Het gaat bovendien, zowel in Nederland als in de UK, om meerdere varianten van CDC. Wij pogen in dit artikel enige helderheid te bieden in de verschillen en overeenkomsten.
In hun zuivere vorm, voor zover die bestaat, zijn DB (Defined Benefit) en DC (Defined Contribution) relatief eenduidige termen. Voor hybride vormen geldt dat minder of niet. Dat is in zekere mate inherent aan hybride; het gaat immers om een mengvorm, die in de aard ervan bestaat uit een samensmelting van meerdere vormen, waarbij de verhouding tussen de samensmeltende delen allerminst vaststaat. Des te verwarrender kan het zijn als aan hybride vormen een term wordt verbonden die eenduidigheid doet vermoeden maar in de toepassing ervan verre van eenduidig is. Dat is het geval met de term CDC, Collectief Defined Contribution.
Opgemerkt kan nog worden dat ook in diverse andere landen hybride varianten met elementen van DC en DB bestaan, onder verschillende benamingen. Te denken valt aan Target Benefit of Cash Balance regeling. Deze regelingen blijven in dit artikel buiten beschouwing.
CDC zoals we dat in Nederland kenden
In Nederland heeft CDC bestaan sinds ruim vijftien jaar geleden, met name doordat ondernemingspensioenfondsen om internationale verslagleggingsregels te ontlopen een DB-regeling gingen voeren waarvan de premie gefixeerd werd, of althans onafhankelijk werd gesteld van de financiële positie. Geen DB dus, want rechten en aanspraken werden niet per definitie verhoogd en konden worden (en werden) verlaagd, maar ook geen DC, want de toezegging bleef wel degelijk in termen van een aanspraak gedefinieerd. Wij stellen dit in de verleden tijd, omdat het gaat om regelingen die uiterlijk per 1 januari 2028 ophouden te bestaan.
Juridisch stonden deze CDC-regelingen te boek als uitkeringsovereenkomsten, aangezien de Nederlandse pensioenwetgeving geen andere vormen onderkent dan premie- en uitkeringsovereenkomsten. Daarbij werd van toezichtswege van belang geacht dat in communicatie aandacht werd geschonken aan het voorwaardelijke karakter van de opgebouwde aanspraak, maar ook van de hoogte van het jaarlijkse opbouwpercentage. Alleen ondernemingspensioenfondsen beschouwden hun eigen regeling als CDC; voor bedrijfstak- en beroepspensioenfondsen geldt dat niet, voornamelijk omdat kwalificatie als uitkeringsovereenkomst onder internationale verslagleggingsregels in hun situatie zonder gevolgen bleef. Toch is er heel wat voor te zeggen dat ook bedrijfstakpensioenfondsen feitelijk CDC-achtige toezeggingen kenden, in die zin dat de premie min of meer vast stond en de toezegging een voorwaardelijk karakter had. Het verschil tussen de DB-toezegging in een bedrijfstakpensioenfonds en een CDC-toezegging in een ondernemingspensioenfonds was dan ook gradueel, en het is in het geheel niet uitgesloten dat een aanspraak in een CDC-regeling van een ondernemingspensioenfonds minder onzeker was dan een aanspraak in een bedrijfstakpensioenfonds.
CDC bij Royal Mail
In de UK is Royal Mail, met betrokken adviseurs, de afgelopen bijna tien jaar de voortrekker geweest van de totstandkoming van CDC. Na een langdurig proces heeft dat in oktober 2024 geleid tot de totstandkoming ervan. De toezegging is tot op zekere hoogte vergelijkbaar met die in de CDC-toezeggingen zoals die in Nederland bestonden, namelijk een voorwaardelijke middelloonaanspraak. In het geval van Royal Mail is die toezegging gedefinieerd als 1/80e van het pensioengevend inkomen, ofwel 1,25% daarvan. Daarnaast, maar in de context van dit artikel minder relevant, bouwen deelnemers per jaar een eenmalige uitkering bij pensionering van 3/80e van datzelfde pensioengevend inkomen op.
Evenzeer minder van belang voor dit artikel is het goed hierbij op te merken dat eenmalige uitkeringen bij pensionering in Nederland nog altijd niet tot de mogelijkheden behoren. De veelvuldig uitgestelde wetgeving die uitkeringen van maximaal 10% van het persoonlijk pensioenvermogen mogelijk moet maken, wordt mogelijk uitgesteld tot na de uiterste datum voor transitie naar de Wet toekomst pensioenen. Maar in de UK maken eenmalige uitkeringen vast onderdeel uit van het keuzepalet. Dat keuzepalet is in de UK sowieso rijker; waar in Nederland omzetting in een levenslange uitkering verplicht is, kan in de UK ook geopteerd worden voor andere vormen. Of meer keuzevrijheden altijd het deelnemersbelang dienen is daarbij een gerechtvaardigde vraag, waarop wij later in dit artikel nader in gaan.
De rechten en aanspraken in het CDC-gedeelte van de regeling van Royal Mail worden voor alle deelnemers in het fonds jaarlijks in gelijke mate aangepast. Die aanpassing kan zowel een verhoging als een verlaging zijn, en wordt bepaald door na te gaan welke jaarlijkse aanpassing gegeven het aanwezige vermogen en de bestaande toezeggingen mogelijk is. Het betreft hier verhogingen en verlagingen ten opzichte van een inflatiecorrectie, die sowieso aan de orde is. In de praktijk worden positieve en negatieve resultaten hierdoor gedempt over de gehele looptijd.
Het aanpassingsmechanisme vertoont daarmee sterke gelijkenissen met de reële ambitieovereenkomst zoals die in Nederland werd voorgesteld in 2013 in een eerdere fase van de pensioenherziening. Een reëel verwacht rendement vormt het uitgangspunt, en van (expliciete) buffervorming is geen sprake.
In Nederland sneuvelden de voorstellen voor de reële ambitieovereenkomst destijds. Gesteld kan worden dat een aantal bezwaren daartoe de aanleiding vormden. Ten eerste de (al dan niet terechte, maar hoe dan ook geslaagde) framing van de regeling als casinopensioen. Ten tweede het potentieel arbitraire, en daarmee ook potentieel herverdelende, karakter van de disconteringsvoet op basis van verwachte rendementen. En ten derde, de invaarexercitie die op juridische complicaties zou stuiten. Dat laatste punt is om twee redenen frappant te noemen, namelijk enerzijds omdat het invaren (dat wil zeggen de omzetting van bestaande rechten en aanspraken naar persoonlijke pensioenvermogens) bij de transitie vanwege de Wet toekomst pensioenen niet onoverkomelijk is geacht, maar anderzijds ook omdat het in het geval van de regeling van Royal Mail niet nodig is gevonden om de regeling in te kunnen voeren. Dat laatste overigens mede omdat ‘invaren’ in de situatie van Engelse DB-aanspraken, die daadwerkelijk DB-aanspraken zijn en (anders dan Nederlandse DB-aanspraken) garanties kennen, min of meer uitgesloten zou zijn (en vanuit Engeland met de nodige scepsis wordt bezien).
CDC in aanstaande Engelse regelgeving
CDC krijgt in de UK in recente tijden steeds meer belangstelling. In het najaar van 2025 heeft het Department for Work and Pensions twee voorstellen uitgebracht met betrekking tot CDC. In de eerste plaats betreft het een voorstel om CDC-fondsen open te stellen voor meerdere werkgevers. De schaalvergroting die daardoor mogelijk wordt vergroot de mogelijkheden voor CDC-regelingen. Openstelling voor meerdere werkgevers maakt het voorkomen van herverdelingen des te belangrijker, en om die reden is er in de voorstellen bijzondere belangstelling voor actuariële gelijkwaardigheid.
In de tweede plaats gaat het om voorstellen voor een CDC-variant die enkel de uitkeringsfase betreft. Deelnemers kunnen volgens dat voorstel bij pensionering uit een DC-regeling een uitkering aangaan binnen dat collectief. Dat collectief moet door een aanbieder worden aangeboden die door bestuurders wordt aangestuurd. Deze regelgeving zal gelijktijdig worden ingevoerd met de zogenaamde “Guided Retirement”-regelgeving, die regelingen zal verplichten een default optie bij pensionering op te nemen die bescherming biedt tegen langlevenrisico.
De voorstellen zijn in oktober 2025 ter consultatie aangeboden.
SPR en FPR: collectieve premieovereenkomsten
De Wet toekomst pensioenen introduceert twee nieuwe typen premieovereenkomsten in de Pensioenwet; de solidaire en de flexibele premieovereenkomst. Anders dan CDC zoals dat bestond, dat zoals gezegd formeel een uitkeringsovereenkomst was, zijn de nieuwe contractstypen premieovereenkomsten. In het wetgevingsproces heeft van meet af aan voorop gestaan dat het nieuwe stelsel collectief en solidair zou zijn. De SPR en de FPR zijn dus, eigenlijk meer dan dat gold voor wat CDC is gaan heten, collectieve premieovereenkomsten met solidaire elementen. Toch wordt de term CDC, gezien de bestaande definitie ervan begrijpelijkerwijs, in de regel vermeden als SPR en FPR worden beschreven.
In de FPR zijn opbouw- en uitkeringsfase van elkaar gescheiden. De situatie die daarmee ontstaat is daardoor redelijk vergelijkbaar met hetgeen wordt voorgesteld in voornoemde consultatie in de UK voor een uitkeringsfase vormgegeven als CDC, waarbij deelnemers kunnen kiezen voor deze uitkeringsfase. In de Nederlandse situatie wordt deze de variabele uitkering genoemd. Doorgaans zal dat, zeker in geval van uitvoering door een pensioenfonds, de default zijn – anders dan vooralsnog in de UK het geval is, al zou de eerder genoemde “Guided Retirement”-regelgeving daar verandering in kunnen brengen.
In de voorstellen in de UK wordt een belangrijk voordeel van CDC gezien in het vermijden van de risicoreductie die nodig, of in elk geval gangbaar is bij regulier DC dat aanstuurt op de aankoop van een vastgestelde uitkering. Soortgelijke argumenten zijn in het Nederlandse wetgevingsproces eerder aangevoerd ten tijde van de introductie van de Wet verbeterde premieregeling, die variabele uitkeringen vanaf 2016 mogelijk maakte, maar enkel voor deelnemers die pensioneerden uit premieovereenkomsten (en, behalve bij enkele pensioenfondsen, niet als default). Hoewel dergelijke argumenten ook kunnen gelden bij de FPR dient tegelijk te worden opgemerkt dat de Nederlandse wetgeving afbouw van het risicoprofiel in beginsel voorschrijft, ook in geval van voorsorteren op een variabele uitkering.
Meer nog dan de FPR bevat de SPR elementen van solidariteit en collectiviteit, die zich ook meer dan in de FPR uitstrekken tot risicodeling tussen opbouw- en uitkeringsfase. Dat opbouw- en uitkeringsfase niet van elkaar gescheiden zijn wordt ook gezien als argument dat een keuze tussen vastgestelde en variabele uitkering in de SPR niet wordt geboden; elke deelnemer treedt bij pensionering automatisch toe tot de variabele uitkeringsfase.
De uitkeringsfase van de SPR is na invoering van de Wet toekomst pensioenen nog sterker collectief vormgegeven door een uitbreiding van het Besluit uitvoering Pensioenwet, met de artikelen 1ca, 1cb en 1cc die de regels voor gelijke aanpassingen van ingegane uitkeringen met spreiden beschrijven. Die regels (die overigens op vergelijkbare maar niet identieke wijze ook bestaan voor de FPR) hebben tot doel tegemoet te komen aan de wens dat de procentuele uitkeringsaanpassingen van gepensioneerden identiek zijn, en beperkt daarbij de herverdelingsconsequenties, onder voorwaarde dat effecten uit het verleden binnen een periode van tien jaar geheel geabsorbeerd zijn.
De varianten in de UK en Nederland (te) kort beschreven
Kort gezegd zou het Nederlandse stelsel zoals het voor pensioenfondsen van toepassing was in het geheel als CDC aangemerkt kunnen worden, in de zin dat de hele toezegging weliswaar als toegezegde uitkering was geformuleerd, maar wel expliciet voorwaardelijk was. De toezegging zoals Royal Mail die doet vertoont daarmee sterke gelijkenissen, maar draagt minder dan in Nederland het geval was een garantiestreven in zich, en daaruit wordt de consequentie getrokken dat ook de waardering op basis van voorwaardelijkheid (en dus op basis van verwacht rendement) plaatsvindt, en dat van buffervereisten geen sprake is. Op hoofdlijnen sluit dat aan bij de reële ambitieovereenkomst zoals die in Nederland voorlag in 2013.
De nieuwe contractsvormen die met de Wet toekomst pensioenen ontstaan worden in de praktijk doorgaans niet als CDC beschouwd, maar zouden wel onder die term geschaard kunnen worden. De variabele uitkeringsfase van FPR en SPR laat zich goed vergelijken met de CDC-variant voor de uitkeringsfase die in de UK wordt overwogen.
De uitkeringsfase nader beschouwd
In de UK vindt de overgrote meerderheid van nieuwe pensioenopbouw plaats in DC-regelingen. Tot aan pensionering is een DC-regeling niet anders dan een spaarkapitaal dat belegd wordt in financiële markten. Bij pensionering krijgen deelnemers drie keuzemogelijkheden aangeboden:
- Cash: deelnemers kunnen hun gehele opgebouwde kapitaal laten uitkeren.
- Levenslange uitkering: deelnemers kunnen hun kapitaal aanwenden om een levenslange uitkering aan te schaffen, waarin alle toekomstige uitkeringen tot aan overlijden van tevoren vast staan. Van deze mogelijkheid wordt betrekkelijk weinig gebruik gemaakt.
- Drawdown: deelnemers kunnen hun kapitaal doorbeleggen en zelf bepalen hoeveel ze er van jaar tot jaar aan onttrekken.
Deelnemers dienen zelf de keuze te maken hoe ze kunnen kapitaal benutten, gegeven deze drie mogelijkheden. De overheid heeft onderkend dat dit systeem een zware last bij het individu neerlegt. De verschuiving van zuiver DB naar zuiver DC heeft ertoe geleid dat mensen anders naar pensioen zijn gaan kijken: pensioen werd minder gezien als levenslange uitkering en steeds meer als een persoonlijke spaarpot. Het doel van de nieuwe “Guided Retirement”-wetgeving is ervoor te zorgen dat DC-regelingen opnieuw gericht zijn op het bieden van een levenslang inkomen. De CDC-variant voor de uitkeringsfase wordt beschouwd als een van de manieren om op beheerste wijze in een levenslange uitkering te voorzien. Onderzoek wijst uit dat deze variant tot waardevermeerdering leidt ten opzichte van de bestaande keuzemogelijkheden.
Op het moment dat de “Guided Retirement”-regelgeving en de variant voor CDC in de uitkeringsfase in wetgeving worden beklonken, zal een deel van de regelingen naar het zich laat aanzien die variant als default gaan aanbieden. In regelingen waarin een dergelijke variant niet wordt aangeboden, zal de deelnemer in de gelegenheid worden gesteld om elders een uitkering op basis van deze variant aan te schaffen.
Er zijn ook voorstellen voor andere nieuwe producten in de uitkeringsfase, zoals een variant waarin initieel een drawdown wordt geboden waarna deelnemers op oudere leeftijd een levenslange annuïteit aankopen. Dit valt echter buiten de scope van dit artikel.
Het CDC-ontwerp dat zowel de opbouw- als de uitkeringsfase omvat, gaat in eerste instantie uit van een streven naar verhogingen in lijn met de inflatie. Dit helpt niet alleen de koopkracht te behouden, maar vermindert ook de kans op en omvang van uitkeringsverlagingen. Naar verwachting zal deze eis ook gaan gelden voor de versie van CDC die alleen de uitkeringsfase bestrijkt. Het risiconiveau in de uitkeringsvariant van CDC zal daarbij lager liggen dan in de variant die ook de opbouwfase overspant. Dat om de variabiliteit in de uitkeringsfase te beperken.
Anders dan in de variabele uitkeringen in Nederland (althans die bij pensioenfondsen) zal in de UK geen buffer worden opgenomen. De uitkeringsaanpassingen zullen worden gebaseerd op een best estimate van het verwacht rendement, waar in de Nederlandse situatie doorgaans de risicovrije rente het uitgangspunt vormt.
Een blik vooruit
Nadere details over het ontwerp van de uitkeringsfase in de UK worden in de loop van 2026 verwacht, als de regelgeving zal worden gepubliceerd. Wij verwachten dat de eerste regeling in de tweede helft van 2028 het levenslicht zullen zien.
Te bezien is of aspecten van de Nederlandse regelgeving voor de uitkeringsfase, zoals ten aanzien van de mogelijkheden en beperkingen om gelijke aanpassingen toe te passen in combinatie met spreiding van de resultaten, en het (eventuele) onderscheid tussen financiële resultaten en die op micro- en macrolanglevenrisico’s, daarin ook in de overwegingen tot hun recht komen.
In de Nederlandse situatie zijn gelijke aanpassingen voor pensioengerechtigden beschouwd als een afwijking van de hoofdregel, namelijk een risicoprofiel dat (ook gedurende uitkeringsfase) afloopt met oplopende leeftijd. Dat risicoprofiel dient gebaseerd te zijn op de waargenomen risicopreferenties en het risicodraagvlak, te vertalen in een per cohort te definiëren risicohouding. In de Engelse situatie lijken gelijke aanpassingen juist de hoofdregel te zijn (hoewel dat in waardetermen betekent dat jongere deelnemers grotere aanpassingen in toekomstig pensioeninkomen ondervinden dan oudere deelnemers met kortere horizon). Zowel in de CDC-variant die opbouw- en uitkeringsfase betreft, zoals bij Royal Mail, als in de CDC-variant gericht op de uitkeringsfase, wordt het principe dat alle deelnemers de zelfde aanpassing verkrijgen als kenmerkend en fundamenteel beschouwd. Deze wijze van gelijke behandeling wordt in de UK-benadering als positief gezien, als eenvoudige benadering van gelijke behandeling tussen de verschillende deelnemers en deelnemersgroepen.
Auteurs
Pensioen Update
Het laatste nieuws voor pensioenfondsen


